De bril van Ome Wim

Ome Wim is jarig. Hij is niet zomaar jarig, hij wordt 90 jaar. Dus wij gaan op visite. Wij gaan niet zomaar op visite, wij gaan naar de Achterhoek, want daar woont ome Wim. Al 90 jaar lang in hetzelfde dorp. Een rit van anderhalf uur vanuit Utrecht, maar dat heb je er voor over als iemand 90 wordt.

‘Wat heeft u  veel mooie kaartjes gehad.’

‘Whah?’

‘Dat u al veel mooie kaartjes heeft gehad.’

‘Oahjoa, joa, ‘t bent er veel.’

‘En veel bloemen.’

‘Whah?’

‘En veel bloemen. Van wie heeft u die oranje gehad?’

‘Oh God ja, moe ‘k even nadenken hoar. ‘K meen van de buren.’

‘Heeft u al veel visite gehad vandaag?’

‘Whah?’

Ome Wim is verder nog behoorlijk pienter voor zijn leeftijd, al heeft hij wel moeite met lopen. Daarom wil hij een invalidenparkeerkaart. Maar dat is in Nederland makkelijk gezegd dan gedaan. Er gaat een aantal onderzoeken aan vooraf.

‘De dokter vroeg of ‘k hem recht aan kon kieken omdat ie slecht heurend is. Dus ‘k zegge: ‘k bunt ook slecht heurend, en ‘k bunt er ook nog doof bie.’

Ome Wim slaat zichzelf lachend op de knieën. De grap wordt nog twee keer herhaald, nog altijd tot grote lol van ome Wim die een traantje moet wegpinken van plezier.

‘Ie stelde ook nog ‘n heul dumme vrage. Da ‘k ech dach van: ‘man, man, man’, heb ie hier nou voor geleerd? Moe ‘k even nadenken wa ‘t nou was hoar. Oahjoa, ie zegt: loopt u met een rollator? ‘K zeg: “Als er geen parkeerplek dichtbij ’t ziekenhuis meer vrije is, hale ‘k de dokter nie hoar, da hale ‘k nie meer.” Haha. Zo goed te bene bunt ‘k nie meer, hè.’

Wij kijken elkaar aan, in afwachting van de ‘dumme vrage’. Of we hebben hem gemist. Dat kan ook.

Ome Wim gaat door. Haalt herinneringen op uit het verleden. ‘Joa, wij moesten nog noare den heube lopn em, dus ik zeg: maar hoe knne’ da dan gebeurn, hè. Maar uutindeluk pak ‘k um op, ‘ie had ‘um moetn zien, hahaha.’

Wij lachen vrolijk mee. Die Ome Wim, de grapjas.

Ome Wim wilt ons iets voorlezen. Daar heeft Ome Wim een bril voor nodig. Maar dat is een probleem, de bril is kwijt. Met z’n alle zoeken we onder kussens, in de hoekjes en andere logische plekken.

‘Oh haha, stop maar. ‘Ie staot gewoon op mien hoofd.’

Ik hoop dat Ome Wim er in ieder geval nog een jaartje aan vast plakt. Deze avond was een feest.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s